Wanneer geef je een putt cadeau bij matchplay?

Bij matchplay mag je een tegenstander een putt 'cadeau' geven (ook wel een gimme of concession genoemd), wat betekent dat die tegenstander de bal als geholed beschouwt zonder hem te hoeven putten. Dit is een officiële regel onder Rule 3.2a van de Golfregels. De vuistregel die de meeste golfers hanteren: geef een putt cadeau als je er zeker van bent dat je tegenstander hem toch zal maken — maar in matchplay draait het ook om tactiek.


De basisregel: wat zijn 'gimmes'?

Een gimme is alleen geldig in matchplay, nooit in strokeplay. Je tegenstander hoeft de bal dan niet te putten; het staat als één slag extra op zijn scorekaart. Jij als tegenstander beslist volledig of je een putt geeft of niet — en je mag op elk moment de beslissing nemen, ook al heeft je tegenstander zijn bal al opgepakt (hoewel dat technisch gezien niet is toegestaan zonder concession; maak dit vooraf duidelijk).


De afstand als leidraad

Er bestaat geen officiële maximumafstand voor een gimme, maar in de praktijk geldt:

  • Binnen 30 tot 50 centimeter (een putterlengte): bijna altijd een gimme. Deze putts missen ervaren golfers zelden.
  • 50 cm tot 1 meter: hier begint de grauwe zone. Op een vlak green met lichte druk geef je dit misschien, maar bij een beslissende hole hoef je dat niet te doen.
  • Meer dan 1 meter: normaal gesproken laat je de tegenstander putten, tenzij je de hole al gewonnen hebt en goodwill wilt tonen.

Tactische overwegingen: wanneer geef je bewust wél een gimme?

1. Je hebt de hole al gewonnen

Als jij de hole sowieso wint, is het elegant om de laatste putt weg te geven. Het versnelt het spel en toont sportiviteit.

2. Je bouwt goodwill op

In matchplay is de sociale dynamiek belangrijk. Als je vroeg in de ronde royaal bent met gimmes, kan dat druk wegnemen bij jou — tegenstanders voelen soms een morele verplichting om hetzelfde te doen.

3. Je tegenstander staat te trillen

Paradoxaal genoeg kan het soms strategisch zijn om een putt van 60 tot 80 centimeter wel cadeau te geven als je tegenstander duidelijk onder druk staat. Zo voorkom je dat hij ervan herstelt en zijn ritme terugvindt.


Tactische overwegingen: wanneer geef je bewust géén gimme?

1. Op een beslissende hole

Als het matchpoint of halve hole op het spel staat, mag je rustig een putt van 70 centimeter laten liggen. Profspelers doen dit constant. Het is geen onvriendelijkheid, het is gewoon matchplay.

2. Je tegenstander heeft de putt nog nooit gelegd

Heb je gezien dat je tegenstander nerveus is van rechts-naar-links breakers van 60 cm? Geef die dan niet cadeau op een kritisch moment.

3. De 'nevermind'-strategie

Een bekende tactiek in matchplay: geef je tegenstander de eerste paar holes zijn korte putts cadeau, zodat hij nooit went aan de druk van het daadwerkelijk hoeven maken ervan. Later in de ronde, als het spannend wordt, geef je ze ineens niet meer — en dan kan de druk enorm oplopen.


Praktijkvoorbeelden uit de topprofessie

Het beroemdste moment in golfgeschiedenis rond gimmes is de 'Concession' van Jack Nicklaus tijdens de Ryder Cup van 1969. Op de laatste hole van de laatste match gaf Nicklaus zijn tegenstander Tony Jacklin een putt van ongeveer 1 meter cadeau, waardoor de Ryder Cup eindigde in een gelijkspel. Nicklaus zei later: "Ik wist dat jij de putt zou missen noch maken — ik wilde het niet op die manier beslissen." Dit wordt tot op de dag van vandaag gezien als een van de sportivste gebaren in de golfgeschiedenis.


Samenvatting: de beslisboom

  1. Korter dan 40 cm? → Bijna altijd cadeau geven.
  2. 40–80 cm, niet beslissend moment? → Geef gerust, versnelt het spel.
  3. 40–80 cm, beslissende hole of match? → Laat liggen, dat is volledig legitiem.
  4. Meer dan 80 cm? → Laat de tegenstander putten, ongeacht de situatie.
  5. Je hebt de hole al gewonnen? → Geef altijd cadeau, ongeacht de afstand.

Matchplay is een psychologisch spel. Een slim gebruik van gimmes — of het bewust weigeren ervan — kan het verschil maken tussen winnen en verliezen.

Gerelateerde producten