Correct gedrag op de green: de belangrijkste etiquette-regels

Op de green draait alles om rust, respect en concentratie. Zorg dat je nooit in de putting-lijn van een medespeler loopt, wees stil wanneer iemand zijn putt slaat, en handel je eigen beurt efficiënt af. Wie deze basisregels respecteert, zorgt voor een vlot en aangenaam spelverloop voor de hele flight.


1. Loop nooit over de putting-lijn

De putting-lijn is de denkbeeldige lijn tussen de bal van een speler en de hole, inclusief een stuk voorbij de hole. Voetstappen op dit traject kunnen het gras platdrukken en de rol van de bal beïnvloeden. Loop er altijd omheen, ook als dat een kleine omweg betekent. Doe dit ook achter de hole, want de meeste spelers houden rekening met een mogelijk doorrollen.

2. Schaduwen en gezichtsveld

Sta nooit zo dat je schaduw over de bal of de putting-lijn van een medespeler valt. Dit is visueel storend en kan de concentratie breken. Positioneer jezelf op minimaal 1 à 2 meter aan de zijkant van de speler die aan de beurt is. Beweeg ook niet terwijl iemand zijn slag voorbereidt of uitvoert.

3. Markeer je bal correct

Wanneer je bal in de weg ligt van een medespeler, markeer je hem met een balmarker (een klein, plat schijfje). Leg de marker direct achter de bal, til de bal op, en leg hem terug op exact dezelfde plek na de putt van je medespeler. Gebruik geen munten met opvallende decoraties die kunnen afleiden.

4. Sta klaar voor je beurt

Eén van de grootste bronnen van vertraging is wachten tot iemand pas begint na te denken over zijn lijn wanneer het zijn beurt is. Bestudeer je lijn al terwijl anderen putten, uiteraard zonder daarbij te storen. Ready golf is ook op de green toegestaan en zelfs aangemoedigd in informal play.

5. De vlag: afspraken maken vóór je putt

Op grond van de huidige Rules of Golf (R&A/USGA, vanaf 2019) mag de vlag in de hole blijven terwijl je putt. Maak vóór de eerste putt duidelijke afspraken met je flight: blijft de vlag erin, of haalt iemand hem eruit? Wissel van taak bij het ophouden van de vlag: degene die het dichtst bij de hole staat neemt dit voor zijn rekening, maar let erop dat je niet op andermans lijn staat.

6. Pitchmarks herstellen

Wanneer je bal op de green landt, laat hij vaak een klein kuiltje achter (een pitchmark of balmark). Herstel je eigen pitchmark altijd met een tee of een speciaal pitchmark-reparatietool. Steek het gereedschap schuin achter de rand van het kuiltje en duw het gras naar het midden, druk daarna licht aan met je putter. Ideaal herstel je ook eentje die een vorige speler heeft vergeten: dit kost slechts 10 seconden en is een teken van respect voor de baan.

7. Schoenen en materiaal

Sleep niet met je voeten over de green, ook niet met softspikes. Dit beschadigt het grasoppervlak. Leg je trolley of buggy nooit op de green of op de zogeheten apron (de rand rondom de green). Parkeer op minimaal 3 tot 5 meter van de green, bij voorkeur aan de kant richting de volgende tee zodat je na het putten snel verder kunt.

8. Verlaat de green snel na het spel

Zodra iedereen geputt heeft, noteer je scores niet op de green maar op de volgende tee of onderweg erheen. Een flight die op de green blijft staan om scorekaarten in te vullen kan een andere groep tientallen minuten vertragen, zeker op drukke banen.

9. Geluid en communicatie

Fluister of spreek zachtjes wanneer iemand zich voorbereidt op een putt. Vermijd ook het luide reageren op een gemiste putt (kreten, vloeken of drammen), want dit is zowel afleidend als onprofessioneel. Een kort 'jammer' of zwijgen is gepast.


Samenvatting: de gouden regels op de green

  • Nooit op de putting-lijn lopen
  • Altijd stilstaan en zwijgen tijdens een putt
  • Balmarker gebruiken wanneer je bal in de weg ligt
  • Pitchmarks direct herstellen
  • Snel handelen en de green vlot verlaten

Wie deze regels toepast, speelt niet alleen correct, maar toont ook respect voor zijn medespelers, de baan en de traditie van de golfsport.

Gerelateerde producten