putt
Wat is een putt?
Een putt is een slag die gespeeld wordt op de green, het zorgvuldig gemaaide gedeelte van de hole waar de vlag en de cup (het kleine gaatje in de grond) zich bevinden. Bij een putt gebruik je een speciaal golfclub genaamd de putter. Dit is een club met een vrijwel rechte, platte kop die ontworpen is om de bal rustig over het gras te rollen in plaats van hem de lucht in te slaan.
Het doel van een putt is simpel: de bal in de hole slaan met zo min mogelijk slagen. Toch is putting voor veel golfers — zowel beginners als gevorderden — een van de lastigste aspecten van het spel.
Waar komt de term vandaan?
Het woord "putt" komt uit het Schots-Gaelisch en is afgeleid van het werkwoord to put, wat zoveel betekent als "duwen" of "plaatsen". Golf is immers ontstaan in Schotland, ergens in de 15e eeuw, en veel golftermen hebben dan ook Schotse of Britse wortels. In het Schots werd de term gebruikt om een zachte, gecontroleerde beweging aan te duiden — precies wat je doet bij een putt. In de loop der eeuwen is de term onveranderd overgenomen in het internationale golfvocabulaire.
De techniek van een putt
Bij het putten draait alles om precisie, ritme en gevoel. Anders dan bij een drive of ijzerslag hoef je geen grote swing te maken. De beweging is klein en gecontroleerd. Een paar basisprincipes voor beginners:
- Stand en houding: Zorg dat je recht achter de bal staat met je ogen precies boven de bal. Je voeten staan iets minder dan schouderbreedte uit elkaar.
- Grip: Houd de putter losjes vast. Te hard knijpen veroorzaakt spanning en verstoort je gevoel.
- De beweging: De putterbeweging lijkt op het tikken van een slingerklok. Je schouders sturen de beweging, je polsen blijven zo stil mogelijk.
- Lees de green: De green is zelden volledig vlak. Leer kijken naar hellingen en breaks — de richtingen waarin het gras afloopt — zodat je weet welke kant de bal op zal rollen.
Praktijkvoorbeelden voor beginnende golfers
Voorbeeld 1: De korte putt
Je bal ligt 60 centimeter van de hole. Dit lijkt makkelijk, maar de druk kan enorm zijn. Richt je putter zorgvuldig op de hole, adem rustig uit en maak een kleine, gelijkmatige beweging. Denk niet te veel na — vertrouw op je gevoel.
Voorbeeld 2: De lange putt
Je bal ligt 10 meter van de hole. Het doel hier is niet per se de bal in één keer erin te slaan, maar hem zo dicht mogelijk bij de hole te krijgen, zodat je de volgende korte putt makkelijk kunt maken. Dit noem je ook wel een lag putt. Schat de afstand in en oefen met de kracht van je slag.
Voorbeeld 3: Putten met een break
Je bal ligt op een schuin stuk van de green. De bal zal niet rechtdoor rollen, maar afbuigen richting de laagte. Kies een denkbeeldig doel naast de hole en putt daarnaar toe. Als je de break goed inschat, rolt de bal vanzelf naar de hole.
Waarom putting zo belangrijk is
Statistisch gezien wordt bijna de helft van alle slagen in een ronde golf gemaakt op de green. Dat betekent dat een goed puttspel je score enorm kan verbeteren, zelfs als de rest van je spel nog in ontwikkeling is. Veel professionele golfers besteden dan ook meer tijd aan putting dan aan welk ander onderdeel van het spel.
Als beginner is het verstandig om regelmatig te oefenen op een putting green, die op de meeste golfbanen gratis beschikbaar is. Oefen korte putts voor zekerheid en lange putts voor gevoel. Met geduld en herhaling zul je merken dat putting steeds natuurlijker aanvoelt — en dat elke gesunken putt een klein overwinningsmomentje is dat je bij blijft.