collar
Wat is de collar in golf?
De collar – ook wel fringe of apron genoemd – is de smalle grasstrook die direct rondom de putting green ligt. Deze strook gras is korter dan de rough of het fairway, maar langer dan het gras op de green zelf. Typisch is de collar slechts een paar centimeter breed en het gras staat iets hoger dan op de green, waardoor het een duidelijke overgangszone creëert.
De hoogte van het gras in de collar ligt meestal tussen de 6 en 15 millimeter, terwijl greengrass vaak maar 3 tot 5 millimeter hoog is. Dit verschil klinkt klein, maar heeft een grote invloed op hoe de bal zich gedraagt.
Waar komt de term vandaan?
De term collar is afkomstig uit het Engels en betekent letterlijk kraag – zoals de kraag van een overhemd of jasje. De vergelijking is treffend: net zoals een kraag rondom een hals zit, omringt de collar de putting green volledig. De term is al tientallen jaren ingeburgerd in de golfsport en wordt wereldwijd gebruikt, ook in landen waar Golf in een andere taal wordt gespeeld. In Nederland hoor je naast 'collar' ook wel de termen fringe of gewoon de rand van de green.
Hoe beïnvloedt de collar jouw spel?
Als je bal op de collar terechtkomt, heb je een aantal opties. De keuze hangt af van de afstand tot de hole, de ligging van de bal en je eigen voorkeur en vaardigheid.
1. Putten vanuit de collar
Veel golfers – ook professionals – kiezen ervoor om te putten wanneer de bal net op de collar ligt. De putter rolt de bal over het iets hogere gras heen, richting de hole. Het nadeel is dat het hogere gras weerstand biedt, waardoor je harder moet slaan dan je gewend bent vanaf de green. Beginners onderschatten dit regelmatig en komen te kort.
Praktijktip voor beginners: Oefen met putten vanuit de collar op de oefengreen. Sla de bal bewust harder dan je denkt nodig te hebben en let op hoe het gras de snelheid beïnvloedt.
2. Chippen over de collar
Een andere populaire optie is het chippen van de bal over de collar heen, zodat de bal zo snel mogelijk op de gladde green belandt en naar de hole rolt. Dit vereist een goede techniek en gevoel voor afstand.
Gebruik hiervoor een wedge of een 9-ijzer en zorg dat je de bal licht aanraakt met een kleine, gecontroleerde beweging. Probeer de bal net voorbij de collar te laten landen.
Praktijktip voor beginners: Oefen de chip-shot regelmatig op de oefenrange of een korte baan. Begin met een grotere landing-zone en werk toe naar precisie.
3. De Texas Wedge
Een minder bekende maar handige techniek is de Texas Wedge: putten met een wedge in plaats van een putter. Dit klinkt vreemd, maar werkt goed als de bal net achter de collar ligt in de hogere rough. Door met de onderkant van de wedge de bal te raken, kun je hem over de collar rollen zonder dat het hogere gras te veel invloed heeft.
Veelgemaakte fouten bij beginners
- Te zacht putten: Beginners slaan de bal vaak te zacht wanneer ze vanuit de collar putten, omdat ze de weerstand van het gras onderschatten.
- Verkeerde clubkeuze: Niet altijd is de putter de beste keuze. Soms is een chip met een wedge veel effectiever.
- Geen rekening houden met het helling: De collar volgt dezelfde helling als de rest van de green. Vergeet niet om de breuk (slope) mee te nemen in je berekening.
- Slechte bal-ligging negeren: Als de bal diep in de collar ligt (een zogenaamde nestled lie), is een normale putt bijna onmogelijk. Kies dan voor een chip.
Conclusie
De collar is een klein maar belangrijk onderdeel van de golfbaan. Als beginnende golfer kun je veel shots winnen of verliezen rondom de green. Door te begrijpen wat de collar is, waar hij voor dient en hoe je er het beste mee omgaat, verbeter je jouw short game aanzienlijk. Oefen regelmatig met verschillende technieken vanuit de collar en ontdek welke methode het beste bij jouw spel past.