Putter kiezen: blade, mallet of spider — wat past bij jou?
De meest gebruikte club in je bag verdient serieuze aandacht
Gemiddeld gebruik je een putter zo'n 36 keer per ronde. Dat is meer dan je driver, meer dan je wedges, meer dan wat dan ook. Toch kiezen veel golfers hun putter op intuïtie — of gewoon omdat hij er mooi uitzag in de winkel. Dat is zonde, want het verkeerde puttertype kan je consistent puts kosten zonder dat je begrijpt waarom.
Het goede nieuws: er zijn drie hoofdtypen, en als je weet hoe elk type werkt, is de keuze een stuk eenvoudiger dan je denkt.
De drie hoofdtypen: blade, mallet en spider
Blade putter — klassiek en gevoelig
De blade is de traditionele putter. Plat, smal, weinig massa aan de achterkant. Je herkent hem aan zijn strakke, minimalistische profiel. Merken als Ping, Scotty Cameron en Cleveland hebben iconische blade-modellen die al decennialang populair zijn — denk aan de Ping Anser of de Scotty Cameron Newport.
Een blade geeft veel feedback. Raak je de bal niet uit het midden, dan voel je dat meteen in je handen. Dat is fijn als je al een consistente stroming in je puttingbeweging hebt — een licht boogvormige swing — maar het wordt frustrerend als je nog aan het ontdekken bent waar je de bal precies raakt.
Blades zijn bij uitstek geschikt voor golfers die al enige ervaring hebben, een boogvormige swing maken en prijs stellen op feel. Prijstechnisch loop je uiteen van zo'n €80 voor instapmodellen tot €400 of meer voor premium smeedstaal uit de Scotty Cameron-lijn.
Mallet putter — stabiel en vergevingsgezind
Een mallet heeft een groter, breder hoofd. De massa is verder naar achteren verplaatst, wat de putter meer stabiel maakt op off-center treffers. Je raakt de bal iets buiten het midden en de putter draait minder dan bij een blade. Dat klinkt als een voordeel — en voor de meeste recreatieve golfers is dat ook zo.
Mallets zijn ontworpen voor golfers met een rechter, rechtlijniger puttingbeweging. Ze werken goed als je moeite hebt met consistent raken, of als je neiging hebt om de putter open of gesloten door de impact te sturen. De Odyssey White Hot-serie of de TaylorMade Spider zijn klassieke voorbeelden. Prijzen liggen grofweg tussen €100 en €350.
Nadeel? Minder directe feedback. Als een blade je een tikje te scherp confronteert met je fouten, werkt een mallet soms net iéts te vergeetachtig. Je weet na een slechte putt minder goed wat er misging.
Spider putter — maximale stabiliteit, moderne technologie
De spider is technisch gezien een variant van de mallet, maar dan met een open raamwerk-constructie aan de achterkant. TaylorMade maakte de naam groot met de Spider-serie; inmiddels hebben ook Callaway en Ping vergelijkbare ontwerpen. Het doel is hetzelfde als bij een mallet — meer moment van inertie, minder rotatie bij een off-center treffer — maar dan in een extremere vorm.
Spiders hebben ook vaak een hoger moment van inertie (MOI) dan traditionele mallets. Dat vertaalt zich in richtingsstabiliteit. Mis je het zoete punt een halve centimeter? Nauwelijks effect op de rijrichting van de bal. Dat maakt de spider ideaal voor golfers die kampen met consistentieproblemen op de green, of die simpelweg willen dat de techniek hen ondersteunt in plaats van afstraft.
De TaylorMade Spider X ligt rond de €200-€250. Duurdere varianten met carbon en titanium frames lopen op tot €350 en meer.
PuttersBoogvormige swing of rechte beweging — dit maakt het verschil
Er is één technisch criterium dat zwaarder weegt dan je persoonlijke voorkeur voor het uiterlijk van een putter: je puttingbeweging. Die is bij vrijwel iedere golfer licht boogvormig of min of meer recht.
Bij een boogvormige swing (arc swing) draait het putterblad licht open tijdens de backswing en sluit het bij de doorswing. Een blade of kleinere mallet sluit daar het beste op aan — die volgen de beweging mee zonder te veel weerstand te bieden.
Bij een rechte beweging (straight through) blijft het blad de hele tijd recht naar de hole gericht. Grotere mallets en spiders zijn hier beter voor: zij bevorderen die stabiele, rechtlijnige beweging.
Weet je niet welke swing jij hebt? Leg een alignment stick op de grond en oefen een paar strokes. Kijk welke richting de kop van je putter op neigt. Of laat jezelf filmen — zelfs met een smartphone — en je ziet het meteen.
Putterlengte: de stap die de meeste kopers overslaan
Een putter van standaardlengte (85-90 cm) past bij golfers van gemiddelde lengte die rechtop over de bal staan. Ben je groter dan 1,90 m of kleiner dan 1,70 m, dan is een aanpassing verstandig. Te lang geeft een opgericht postuur waarbij je het hoofd niet goed boven de bal krijgt. Te kort buig je te ver voorover, wat spanning in rug en schouders geeft.
Armlock-putters (rond de 43-44 inch) en lange putters (45+ inch, voor ankerputting met de onderarm) zijn nicheoplossingen, maar ze bestaan voor een reden. Ze geven sommige golfers — met name spelers met een nerveuze handbeweging — meer controle. De USGA laat het gebruik ervan toe, zolang je de putter niet fysiek verankert aan het lichaam.
Veelgemaakte fouten bij het kopen van een putter
De eerste fout: kiezen op basis van wat een tour-speler gebruikt. Tiger Woods heeft decennialang met een Scotty Cameron Newport 2 gespeeld. Dat is een blade voor iemand met een perfecte boogbeweging en jarenlange herhaling op de putting green. Dat is niet jij. En dat is ook niet erg — maar kopieer die keuze niet blind.
De tweede fout: nooit proefputtend vergelijken. Ga naar een golfspeciaalzaak of demosessie en raak een paar ballen met verschillende types. Tien minuten testen zegt meer dan honderd reviews lezen.
De derde fout: de grip negeren. Een putter met een dunne grip vergroot de rol van je handen in de beweging. Een dikke grip — zoals de SuperStroke-varianten — dempt die handinvloed en geeft meer schoudergestuurd putting. Als jij de neiging hebt om met je polsen te flippen, is een dikke grip het proberen waard. Grips zijn goedkoop te verwisselen (€15-€40) en maken een verrassend groot verschil.
Wanneer kies je welk type — kort samengevat
Kies een blade als je al een consistente, boogvormige puttingbeweging hebt, je waarde hecht aan directe feedback en je geniet van een klassieke look. Je hebt er wat ervaring voor nodig om er het beste uit te halen.
Kies een mallet als je een rechte puttingbeweging maakt, je nog niet heel consistent de bal uit het midden raakt en je liever stabiel dan gevoelig speelt. Ideaal voor recreatieve golfers en beginners.
Kies een spider als consistentie je grootste uitdaging is, je bewust kiest voor technologie die fouten reduceert, of als je simpelweg merkt dat je met een grotere putterhead rustiger staat over de bal. Veel mid-handicappers spelen er uitstekend mee.
Budget: hoeveel geef je uit aan een putter?
Een goede putter kost niet per se veel. Tussen de €80 en €150 vind je degelijke opties van Odyssey, Cleveland en Wilson die volledig functioneel zijn voor iedere recreational golfer. Boven de €200 betaal je voor hogere kwaliteit materialen, betere afwerking en soms iets verfijndere face-technologie — maar het verschil in je scorekaart is niet gegarandeerd evenredig.
Tweedehands is bij putters zeker een optie. Een gebruikte Ping Anser uit de middenklasse voor €60 presteert prima als hij bij jouw swing past. Wat telt is het type, de lengte en de feel — niet of hij gloednieuw is.
Tot slot
Je kiest geen putter omdat hij er cool uitziet of omdat je favoriete speler hem gebruikt. Je kiest hem omdat hij past bij de manier waarop jij beweegt op de green. Blade, mallet of spider — elk type heeft zijn logica. Ken jij die van jezelf, dan staat je putter vanzelf beter in je handen.